Was het afscheid door de Kosmos voorbereid?

Het is zaterdagmiddag 13 januari als mijn ouders zoals gebruikelijk samen in het dorp de boodschappen doen. De afsluiter is een bezoek aan de bloemenwinkel. De bloemist kent mijn ouders goed.

Omdat het druk is moeten mijn ouders even wachten voor ze aan de beurt zijn. Ondertussen kijken ze rond en ziet mijn vader een opvallend mooi grafstuk, opgemaakt met uitsluitend witte rozen. Hij zegt tegen mijn moeder: “Elisabeth, mocht ik ooit eerder komen te overlijden dan jij, dan wil ik precies zo’n grafstuk op mijn kist.”

De eigenaar van de bloemenwinkel is inmiddels klaar met de andere klanten, hoort wat mijn vader zegt en begint te lachen. “Ach meneer Smit, dat ga ik niet meer meemaken. ik ben van plan om deze winkel over vijf jaar te sluiten want dan ga ik met pensioen. U bent nog zo gezond. U kunt wel 90 worden.”

Mijn vader was op dat moment 77 jaar en net goedgekeurd voor de verlenging van zijn rijbewijs. Hij was in zijn hele leven nog nooit ziek geweest. Dit in tegenstelling tot mijn moeder die altijd kwakkelde met haar gezondheid. Aannemelijk was dat mijn vader inderdaad mijn moeder zou overleven. Ze praten nog wat met de winkelier, kopen bloemen voor op tafel en vertrekken naar huis.

Eenmaal thuis is mijn vader van plan de kranten van die dag uitvoerig te lezen. Hij heeft een paar dagen eerder een luxe oorstoel gekocht maar nog niet in die stoel gezeten. Dat moment is nu aangebroken. Hij gaat zitten, steekt een pijp op en pakt een krant maar aan lezen komt hij niet toe wegens een opkomende, stekende pijn in zijn maag. Mijn moeder beschikt over een uitgebreide huisapotheek met voor elke denkbare kwaal een pilletje. Dus vraagt mijn vader aan haar iets tegen de maagpijn. Dat geeft ze hem maar omdat hij nooit iets mankeert wil ze een dokter bellen. Mijn vader vindt dat niet nodig en besluit naar bed te gaan.

Op de gebruikelijke tijd gaat mijn moeder ook naar bed en vindt mijn vader in een diepe slaap verzonken. Er lijkt niets meer aan de hand te zijn tot mijn vader rond 3 uur ’s nachts mijn moeder wekt. De pijn in zijn maag was terug en hevig. Hij moet overgeven. Mijn moeder haalt snel een teiltje en wil nu onmiddellijk een dokter bellen. “Geef eerst maar een kop thee met beschuitje”, zegt mijn vader.  Mijn moeder gaat naar beneden en zet een kop thee. Als ze met het dienblad in de slaapkamer terugkomt ziet ze mijn vader roerloos liggen. Het lijkt erop dat hij overleden is.

De buurman, een politieagent, reageert onmiddellijk op het geroep van mijn moeder. Zijn hartmassage en mond op mond beademing halen niets meer uit. Mijn vader is dood. De inmiddels gearriveerde huisarts constateert dat ook. De ambulance, die pas een half uur later met gillende sirenes de straat inkomt, kan zonder patiënt terug naar de basis.

Het is koud, er ligt sneeuw en ik moet vanuit Amsterdam naar het Noorden van ’t land rijden want daar woonden mijn ouders. Eenmaal aangekomen moet er op zijn sterfdag van alles geregeld worden. Mijn moeder vertelt het absurde verhaal van het grafstuk dat mijn vader zo mooi vond. Op maandagmorgen, precies 1,5 dag nadat mijn ouders in zijn winkel zijn geweest, bel ik de bloemist en vertel dat mijn vader overleden is.

Het is even angstvallig stil aan de andere kant van de lijn.. De bloemist zegt geschokt: “Dit heb ik in mijn hele leven nooit meegemaakt. Mensen die weten dat ze komen te overlijden bespreken regelmatig met ons de bloemen voor de begrafenis. Maar een man die kerngezond is, net gekeurd en nooit ziek… Dat is onvoorstelbaar.” Het bloemstuk, een exacte kopie van het grafstuk dat mijn vader zo mooi vond, kregen we gratis.

Voelde mijn vader misschien dat hij zou komen te overlijden? Dat is niet waarschijnlijk. Hij verzorgde mijn moeder en zou onmiddellijk een arts hebben geraadpleegd als hij een vermoeden zou hebben gehad ziek te zijn. Nee, hij overleed aan een aneurysma in de buik. Dat voel je niet aankomen. Ook als hij die middag in een ziekenhuis was opgenomen hadden ze waarschijnlijk te laat de aneurysma ontdekt.

Een aantal jaren na de dood van mijn ouders zie ik een uitzending van “Wonderen Bestaan” het legendarische programma van de KRO door Yvon Jaspers gepresenteerd. Daarin twee verhalen die iets gemeen hebben met het grafstuk van mijn vader.

Een echtpaar heeft het razend druk en eigenlijk nooit de tijd om eens rustig te genieten wat ze met hard werken hebben opgebouwd. Op een dag is die tijd er wel. Het is mooi weer en ze zitten eindelijk eens in hun tuin. Ze praten over wat zich zoal in de afgelopen jaren heeft voorgedaan en hoe gelukkig ze met elkaar en de kinderen zijn. Hij is een sportman, een marathonloper die dagelijks zijn rondjes door de stad maakt. Als hij opstaat en gaat hardlopen kijkt ze naar hem met verliefde blik tot hij uit ’t zicht verdwenen is. Nog geen kwartier later passeert haar een ambulance en een politiewagen. Hij blijkt verongelukt te zijn.

Haar vader is een druk bezette zakenman. Maar hij vindt wel altijd gelegenheid om zijn dochter (11 jaar) naar school te brengen. Op een dag vraagt ze aan hem of hij met haar ’s middags wil komen lunchen. Dat had ze nooit eerder aan hem gevraagd. Als haar vader zegt daar eigenlijk geen tijd voor te hebben, barst ze in huilen uit. Ze wordt zo emotioneel dat haar vader besluit om toch op het verzoek van zijn dochter in te gaan. Hij komt haar na schooltijd halen en samen beleven ze een heerlijke middag in de stad. Het zal de laatste keer zijn want ’s avonds krijgt hij een hartaanval en overlijdt.

Drie verhalen waarbij we misschien moeten zeggen dat de Kosmos het afscheid heeft voorbereid.