Toeval of de voorzienigheid?

Tegenwoordig is het heel normaal om in het bijzijn van andere mensen telefoongesprekken te voeren. Maar vroeger was dat onbeleefd. De telefoon werd daarom in woonhuizen vaak gemonteerd aan een muur in de gang. Een telefoon in de gang gaf ook een zekere mate van privacy voor de beller. Bij ons hing de telefoon tegen de trap naar de bovenverdieping. Als de bel overging werkte de muur als klankbord. Je kon de bel in de tuin horen.

Tijdens mijn studie aan de fotovakschool werkte ik bij een fotograaf annex fotowinkel in ’t Gooi. Ik kon niet zo goed opschieten met mijn baas, die in vele opzichten hopeloos ouderwets was maar ook erg gierig. Via een kennis haal ik de fotoclub van de NOS binnen als klant. Natuurlijk ben ik daar een beetje trots op want het is een grootverbruiker van films en chemicaliën. Vanzelfsprekend krijgt de NOS korting. Ik meen dat het 10% was.

Op een dag lever ik de fotoclub voor ongeveer 300 gulden aan materiaal en trek er de korting vanaf die ik afrond naar boven met 2 cent. Mijn baas controleert de bonnen en roept mij op zijn kantoor. Hij laat me de bon zien en zegt dat ik 2 cent te veel korting heb gegeven. Theoretisch heeft mijn baas gelijk als hij zegt dat ik de korting nauwkeuriger moet berekenen. Maar wat is 2 cent? Ik word kwaad, pak mijn portemonnee grijp daaruit 2 centen en smijt ze voor zijn neus op het bureau met de woorden: “hierbij dien ik onmiddellijk mijn ontslag in.“

Ik draai me om, trek mijn jas aan, stap de winkel uit en loop naar het station. Eenmaal in de trein op weg naar mijn ouderlijk huis realiseer ik mij dat het niet zo’n handige zet van me is. Hoewel de banen voor het oprapen lagen, moest ik weldra de dienstplicht vervullen. Geen baas die iemand aanneemt die nog in dienst moet. Hij had namelijk de wettelijke verplichting je na de diensttijd terug te nemen.

Het is midden in de zomer. Als ik thuis kom loopt het zweet over mijn lijf en besluit ik onmiddellijk onder de douche stappen. Ineens hoor ik de telefoon overgaan. Mijn ouders zijn er niet. Ik denk dat het mijn baas is die misschien nog wil praten en besluit de telefoon te laten overgaan. Bovendien sta ik onder de douche. Maar dan gaat de telefoon enkele ogenblikken later nog een keer. Nieuwsgierig geworden naar wat mijn baas te vertellen heeft, stap ik toch maar even uit de douche om telefoon aan te nemen.

Poedelnaakt druipend van het douchewater gezeten boven aan de trap, kan ik met mijn hand door de spijlen van de trapleuning de hoorn van de haak grijpen. Niet mijn baas is aan de andere kant van de lijn maar een vertegenwoordiger in fotoapparatuur die ik goed ken. Hij vraagt of ik misschien zin in een nieuwe job heb. Ik sta perplex en veronderstel dat hij gehoord heeft van mijn vertrek. Nee, daar wist hij niets van.

Hij noemt een fotohandelaar die ik ken maar niet zo’n goede naam heeft. Ik sputter daarom  tegen en zeg eerlijk dat ik binnenkort in dienst moet. De vertegenwoordig antwoordt dat ik me vergis. De zaak waarbij hij mij heeft aanbevolen behoord niet tot de winkelketen met dezelfde naam. Dienstplicht hoefde ik me geen zorgen over te maken. Daar zou een regeling voor worden getroffen als ik werd aangenomen. Ik spreek af om in ieder geval te gaan praten met deze eventueel toekomstige werkgever maar enthousiast over het aanbod ben ik nog niet.

Een dag later ga ik solliciteren. De fotohandelaar biedt me het dubbele salaris plus minimaal twee jaar uitstel voor militaire dienst. Hij had de juiste relaties (zijn jachtvriendjes). De man was heel anders dan ik hem in gedachte had. Inderdaad had hij geen enkele binding met de fotohandelaar die zo’n slechte naam bezat. Ik heb de baan aangenomen en kan nog altijd zeggen dat het mijn beste baas en leukste baan in mijn leven is geweest.

Na twee jaar maakte alsnog de militaire dienstplicht een einde aan mijn plezierige werkkring. Hoewel ik na 10 dagen in dienst van Hare Majesteit de wapenrok weer mocht inleveren, ben ik niet meer terug naar die fantastische werkgever gegaan. Het werd tijd voor iets nieuws en dat werd de entertainmentindustrie.

Ik geloof heilig dat veel in ons leven is voorbestemd. Toch denk ik dat we ook keuzes krijgen. Dat is een onderdeel van ons leerproces voor volgende levens. In het boven beschreven geval was het opmerkelijk dat ik op het juiste moment een nieuwe baan kreeg aangeboden. Die baan zag ik eerst niet zitten vanwege de verwarring met de naam van de werkgever. Toch ben ik gaan praten en heb daar geen dag spijt van gehad. Iets dergelijks heb ik naderhand meerdere keren in mijn leven meegemaakt zodat ik uit ervaring kan zeggen dat de hulp altijd komt uit onverwachte hoek. De onverwacht toegestoken hand moeten we dan wel aannemen. Zo niet, dan verspeel je misschien mooie kansen.