Mijn weerzien met de potvis

Vorige week donderdag bezocht ik het natuurmuseum in Leeuwarden. Een bezoek kan ik een ieder met kinderen aanraden. Je raakt niet uitgekeken. Voor de kids is er van alles te doen. De trots van het museum vinden we op de bovenverdieping en dat is het skelet van een 14 meter lange potvis. Die vis werd gevonden op de zandbank tussen Ameland en Terschelling op 3 november 1994. Het was een sensatie want dit was niet eerder voorgekomen. Bovendien is het dier uitzonderlijk groot.

Op 1 november 1994 maak ik met mijn vriendin in de namiddag een lange wandeling op het strand van Egmond aan Zee. De temperatuur is hoog voor de tijd van ’t jaar. Aangenaam weer dus maar wij zijn toch de enige wandelaars.

Plotseling zie ik op een zandbank in zee een voorwerp of dier. Er beweegt iets kolossaal groot. Het lijkt op een enorme staart. Mijn vriendin ziet het ook. Helaas is de zandbank te ver om er naartoe te zwemmen. Bovendien is de zee te koud. We blijven nog even staan kijken en weten nu zeker dat er een soort walvis op een zandbank ligt die waarschijnlijk in doodsstrijd is.

Natuurlijk willen we helpen maar we hebben nog geen mobieltje. Dus lopen wij snel terug naar het dorp. In een telefooncel bellen we eerst de politie. Maar dit valt buiten hun takenpakket. We krijgen een speciaal nummer van de kustwacht. De man aan de andere kant van de lijn barst in lachen uit. “Een walvis…, voor onze kust? Die komen niet in de Noordzee voor.” Daarmee moeten we het doen. Wat nu?

Nadat we getracht hebben een bootje te huren, wat niet lukt omdat de boten in november het water uitgehaald zijn, lopen we terug om te zien of het dier nog op de zandbank ligt. Het is hoog water geworden. De zandbank is door de zee opgeslokt. We gaan ervan uit dat de walvis los is gekomen en weer vrolijk ergens zwemt in de Noordzee.

Enkele dagen later zien we op het journaal een potvis liggen op het strand van Ameland. Zou dat “onze” walvis zijn? We hebben het hem niet kunnen vragen. Maar de kustwacht die zo zeker wist dat walvissen nooit voorkomen in de Noordzee zal achter zijn oren hebben gekrabd. Inmiddels zijn walvissen, bruinvissen, dolfijnen en zelfs grote haaien in de Noordzee normaal. En ook de potvis komt regelmatig voor. Dat was in 1994 nog niet het geval.

Ik ben dit verhaal vergeten tot ik vorige week in het museum ben. Het zal toch niet….. Dat zou absurd toevallig zijn. Nu bewaar ik al mijn agenda’s vanaf 1985. Dus kleine moeite om na te kijken wanneer ik op het strand heb gelopen in november 1994. BINGO! Twee dagen voor de potvis is aangespoeld heb ik melding bij de kustwacht gemaakt maar die geloofde me niet.

Hoewel er altijd nog sprake kan zijn van twee potvissen of dat de vis die wij zagen een ander soort was, blijft het toch bijzonder dat ik het kadaver van een potvis zie die in dezelfde periode het spreekwoordelijk loodje heeft gelegd.

NB, hoewel strandingen van walvisachtige dieren tegenwoordig bijna dagelijks voorkomen (in dit jaar al 298 keer) zijn die er altijd geweest. Er bestaat een database vanaf 1255 die de kustwacht had moeten kennen. Kijk maar hier. Door de eeuwen heen zijn er 13892 strandingen van walvisachtigen genoteerd. Vooral in de middeleeuwen waren het potvissen die aanspoelden op onze kust.