De Wonderdadige Medaille

Het is zondag 10 februari 2019 ongeveer rond het middaguur. Ik stap in de trein en ga op weg naar een bierfestival in Gooiland te Hilversum. Buiten is het 12 graden en schijnt een waterig zonnetje.

Ik kijk op mijn telefoon naar het weerbericht en zie een foto van exact 40 jaar geleden. Winter 1979. Het is zeer koud. 2 dagen later een hevige sneeuwstorm. Sneeuwduinen van 6 meter en hoger leggen het verkeer volkomen lam in de noordelijke provincies. Sommige dorpen zijn ingesneeuwd. Op 14 februari ontstaat een dikke laag ijzel op de bomen. Takken breken af. Kortom, het is noodweer en een winter zoals we nog nooit hebben meegemaakt. Hoe anders is het weer nu 40 jaar later…

Tegenover me in de trein zit een jonge, mooie vrouw. Ik schat haar ongeveer 28 jaar. Ik laat haar op mijn mobiel de foto zien van de winter 1979. Die kan ze niet hebben meegemaakt maar ik en mijn ouders wel. Verbaasd luistert ze naar mijn verhaal. Dan vraagt ze of ik toevallig de ijsbaan van Ankeveen ken. Ja, die ken ik maar het is inmiddels al lang geleden dat we er nog konden schaatsen. Ze knikt en vertelt uit Haarlem te komen en weleens in Kortenhoef geweest te zijn om te schaatsen.

Het gesprek kabbelt voort over koetjes en kalfjes als de trein Hilversum binnenrijd. Ook haar bestemming is Hilversum. We staan samen op en lopen naar het balkon. Net voordat de deuren opengaan druk ze mij een klein hangertje in mijn hand. “Dat is voor jou”, zegt ze. Als we op het perron staan geeft ze me nog haastig een klein boekje en verdwijnt vrijwel onmiddellijk in de mensenmassa. Volkomen overrompeld blijf ik staan. Waar heb ik dit aan te danken? Ik wil haar dat vragen maar ben niet snel genoeg. Ze is weg en heeft wellicht de bus of een taxi genomen. Ik loop naar Gooiland en vermaak me op het bierfestival.

Eenmaal weer thuis bekijk ik de gift van het meisje in de trein. Er zit aan het kleinood een heel verhaal vast dat in het boekje staat en je op Wikipedia kunt lezen. Een wonderdadige medaille zou voor de drager geneeskrachtig zijn. Een merkwaardige gift want ze kan onmogelijk weten dat ik heel erg ziek ben geweest. We hebben het met geen woord over gezondheid gehad.

Ergens in een kast moet nog een zilveren ketting liggen, 15 jaar geleden als aandenken aan een leuk weekend achtergelaten door een vriendinnetje. Die ketting komt nu van pas. Ik haal hem te tevoorschijn en hang de medaille eraan onder het motto baat het niet… etc. Sindsdien draag ik de hanger dag en nacht.

We zijn ruim twee jaar verder. Uiteraard heb ik moeite gedaan de vrouw te achterhalen met berichtjes op Facebook in Haarlem en een oproep op “Treinflirt”. Geen reactie. Maar ik heb ook geen naam van haar en als ze morgen voor me staat herken ik haar waarschijnlijk niet meer.

Tja, het blijft me intrigeren. De kans haar nog eens te ontmoeten acht ik nihil. Maar misschien is dat logisch en is zij mijn wonderdadige Engel geweest.